Biografie: Johan Vanhauwaert

Het is geenszins de bedoeling om hier breedvoerig uit te wijden over prestaties, tentoonstellingen, verwezenlijkingen, behaalde diploma’s enz.
Het moge volstaan om een korte schets weer te geven met enkele speerpunten die me hebben gevormd. Niet ik ben belangrijk, belangrijk zijn mijn werken! Ik schilder zo omdat ik nu eenmaal als Vlaming geboren ben.
Geboren op 08 juli 1948 te Kortrijk
Begon op zevenjarige leeftijd “perspectieftekenen aan te leren” bij “oom” Achilles Vantomme.

“NON PERSONA SED PICTURAE”

Achilles Vantomme was gehuwd met Elodie Vanhauwaert wat meteen mijn familieband verklaart. Uit dit huwelijk werd Germaine Vantomme geboren die later schilderlessen gaf aan de Academie voor Schone Kunsten te Roeselare. De toenmalige directeur van de Academie voor Schone Kunsten te Roeselare was Gaston Vallaeys; een gerenommeerd kunstschilder. Er bestond een hechte vriendschapsband tussen Achilles Vantomme en Gaston Vallaeys.
“Nonkel” Achilles was geen gemakkelijk man, hij was een kopiist die beroemde schilderijen kopieerde in opdracht voor minder beroemde maar vermogende personen.
Hij was een zuinig man die in 1914-1918 naar Nederland vluchtte en daar zijn zin voor zuinigheid en punctualiteit ontwikkelde.
De weerslag van dit alles reflecteerde zich in het feit dat ik als kleine jongen van mijn zevende tot mijn twaalfde, luciferdoosjes moest tekenen die hij met de regelmaat van de klok met zijn schilderstok omver wierp en een andere richting gaf.
Van hem leerde ik de gevleugelde woorden: “Leer eerst tekenen en schilder pas als je veertig bent”. Aan die voorwaarde heb ik dus voldaan.

Van mijn twaalfde tot mijn achttiende volgde ik de “vrije lessen schilderkunst” aan de Koninklijk Academie van Kortrijk.
Daar verleerde ik het perspectief tekenen, tot ik alle stillevens in een eerder kubistische stijl kon weergeven. Het was een leerrijke periode die mij de vrijheid gaf te experimenteren met materialen en techniek. Ik vond het eerder spijtig dat ik zo weinig kon experimenteren want mijn ouders vonden het belangrijker dat ik tevens Latijn- Grieks studeerde.
Ook dat gaf me op zijn beurt enorme mogelijkheden daar ik nu nog vlot de werken van Theophyllus presbyter: “De Schedula artibus”, de “Mappae claviculae”, “Il Libro dell’Arte” van Cennino Cennini, “De Arte illuminandi “enz. kan lezen in de oorspronkelijke taal.
Deze werken vormen nu nog het richtpunt voor de oudere technieken van de schilder- en de tekenkunst die ik op heden toepas.
In het Damiaancollege te Kortrijk kon ik rekenen op veel sympathie van paters en leerkrachten voor mijn kunstzin, daar ik als “intern” zelfs achteraan in de klas een ezel mocht opstellen en tijdens de vrije uren mocht schilderen.
Toen ik tenslotte in Gent Klinische Scheikunde ging studeren was ik niet meer in de mogelijkheid om de “vrije schilderlessen” in de Academie van Kortrijk verder te volgen.
Een volgend speerpunt werd gevormd toen ik te Gent de miniatuurkunst leerde ontdekken en beoefenen; vanaf 1979-1984 hielp ik mee als restaurator van Oude Handschriften in de Leeszaal van de Rijksuniversiteit te Gent. Zo onder meer assisteerde ik restauratrice Ludwina Danhieux in de restauratie van de oudste codex van de Rijksuniversiteit de: “Liber Floridus” (Xde eeuw).
Tijdens deze periode reinigde ik de Latemse meesters die het Rectoraat van Gent bezat en restaureerde de Kruisweg die in de Sint-Pieterskerk te Gent ten prooi was gevallen aan vandalenstreken. Eveneens volgde ik Restauratielessen van schilderijen aan de Hogere Rijksschool voor Beeldende Kunsten -Anderlecht -Brussel van 1982-1983.
In 1984 richtte ik in de Orangerie van het kasteel te Zwijnaarde een perkament- bereiderij op en gaf er theoretische en praktische lessen in oud- Vlaamse miniatuurkunst.
In de kelders van de RUG in de Rozier te Gent leidde ik een  laboratorium voor de wetenschappelijke analyse van vervalste kunstwerken, onder leiding van Professor Vandewalle. Aan het fysisch en chemisch onderzoek aan de Rug kwam in 1985 een einde door gebrek aan geldelijke fondsen.
Enorm belangrijk in deze periode was het feit dat ik toegang had tot de kluizen van de Rijksuniversiteit waar de meest kostbare handschriften werden bewaard en tot de enorme kunst- technische bibliotheek.
Tenslotte zijn bijscholingen nuttig gebleken op alle gebieden van de schilderkunst en tekenkunst zoals lessenreeksen van kunstenaars en scholingen.
Dit met materialen als potlood, zilverstift, aquatint, penseel, mes, acryl, olie, eitempera, aquarel en gouache; zowel op natuurlijk bereid perkament, lijnwaad als op paneel.
Stijlen: naturalisme, realisme, expressionisme, impressionisme, miniatuurkunst, en abstract.